Bevlogenheid is een voorwaarde om veranderingsprocessen te laten slagen

De invoering van competentiegericht opleiden is voor ROC’s een belangrijk veranderingsproces. Dat kost kracht en energie van het management en de docententeams. Levert dit proces werkstress op of genereert het juist extra energie?

Een gesprek tussen Ellen Klatter en prof. dr. Arnold B. Bakker, Hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Positieve psychologie

Bakker: “Nog maar een paar jaar geleden kwamen organisaties pas in beweging als er ‘dingen’ fout gingen. In het jaar 2000 was er een piek in het aantal burnout gevallen, niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in het onderwijs, dat toen als een echte risicogroep werd gezien. Dat was een signaal. Ik kwam toen op het idee niet achteraf te kijken naar wat er mis ging, maar pro-actief vanuit een positieve psychologie problemen zien te voorkomen door te kijken naar de sterke (mentale) kanten van mensen. Dat leidde tot de ontwikkeling van het Job Demands-Resources Model.

Eenvoudig gezegd: als je werkt kunnen taakeisen stress veroorzaken (negatief), maar tegelijk kunnen hulpbronnen in de omgeving bevlogenheid veroorzaken (positief). Voorbeelden van hulpbronnen zijn sociale steun van collega’s, feedback over prestaties, en een goede sfeer in het team.”

Gazelle

Het JD-R Model is intussen verder uitontwikkeld. Met het model kun je de mate van bevlogenheid van mensen (en organisaties) meten door gebruik te maken van de WEB-monitor, de Werk- en Belevingsmonitor, die door Schouten & Nelissen Research in de praktijk wordt toegepast. Webbased, beschermde privacy, makkelijk toegankelijk.

Bakker haalt een project aan dat loopt bij de Koninklijke Gazelle N.V (de bekende fietsenfabriek). Daar heeft het project Gazelle Vitaal! geleid tot daling van het ziekteverzuim, minder productenuitval en vooral een betere onderlinge sfeer. Een deskundige vitaliteitscoach heeft het hele proces van A tot Z begeleid met individuele en groepsgesprekken, maar ook sparrend met het management. 95 procent (!) van de medewerkers van Gazelle heeft deelgenomen aan dit project.

Zou een vergelijkbaar project, maar dan geheel toegespitst op het mbo-onderwijs, ook uitvoerbaar zijn om de teams te inspireren bevlogen te werken aan het veranderingsproces naar competentiegericht opleiden?

Flow

Bakker: “De kern van bevlogenheid is dat mensen best bereid zijn extra stappen te zetten en vervolgens helemaal op te gaan in hun werk. Je kent het wel… ineens is het drie uur later. Dat gebeurt als je vitaal bent, toegewijd bent en een hoog absorptievermogen hebt, je raakt dan in een ‘flow’.” Klatter relateert deze opmerking aan de ontwikkelingsbereidheid van docententeams. “Ik zie ook verschillen tussen teams van verschillende ROC’s als het gaat om de bereidheid je extra in te zetten om competentiegericht opleiden te implementeren.

Dat is niet verwonderlijk, verschillen zijn er nu eenmaal. Wat opvalt is dat een bevlogen ‘peoplemanager’ in de school een heel team kan inspireren. Kernbegrippen zijn daarbij aandacht, respect en waardering. Een compliment of een schouderklopje zijn simpel, maar vaak heel effectief om positieve energie los te maken.”

Klatter refereert in dit kader aan de 5 sleutels voor succes, zoals geformuleerd door de Kenniskring ‘Lerende Organisatie’ (‘Leren van innoveren: vijf sleutels voor succes’. CINOP ’s-Hertogenbosch, José van den Berg en Jan Geurts). “Als je de verdere implementatie van cgo wilt bevorderen, moet de relatie manager – team intensief zijn, dient er sprake te zijn van een sterk gevoeld eigenaarschap van de vernieuwing, met een inspirerend concept en een professionele aanpak. Daarbij moet duidelijk zijn welke resultaten een team voor ogen heeft met de innovatie. In ons project Effectief Innoveren ligt de focus op de combinatie van deze elementen.”

Meetbaar

En als je dan de bevlogenheid gemeten hebt met behulp van de WEB-monitor van Schouten & Nelissen Research, of de competenties (‘employability’) van docenten met - bijvoorbeeld - de Competentiemonitor van Arbeid Opleidingen Consult BV in Tilburg, die tijdens het symposium ‘Succes Verzekerd’ gepresenteerd is, welke vervolgstappen zijn dan denkbaar?

Op de achtergrond spelen de Wet BIO en het Convenant Leerkracht een rol: de werkgever moet de competentieontwikkeling van de docenten stimuleren en docenten kunnen hun ontwikkeling monitoren en zelf vastleggen in bijvoorbeeld een portfolio. Klatter: “Wat ik uit dit gesprek destilleer is een mogelijkheid om niet alleen resultaten van ontwikkeling, bijvoorbeeld functioneringsgesprekken en 360 graden feedbackgegevens op te nemen, maar ook het thema bevlogenheid hier een plaats te geven.

Je kunt je bijvoorbeeld de vraag voorstellen wat een docent zelf heeft gedaan om een negatieve situatie om te buigen in een positieve om zo zijn stress te verminderen en zijn energie te vergroten met bijvoorbeeld ‘jobcrafting’, een manier om je taak aan te passen aan je eigen competenties en behoeften. Zo stel je als leidinggevende en docent samen vast in hoeverre je vitaal en bevlogen bent en wat nodig is om de schouders onder de cgo-klus te zetten. De conclusie is dat bevlogenheid een voorwaarde vormt om veranderingsprocessen te laten slagen.”

“Een uitstekende observatie,” is de mening van Bakker, “dit zou kunnen passen in een nieuw onderzoeksproject hier in de regio Rotterdam om het verloop onder docenten tegen te gaan. Een van de onderdelen in dat onderzoek is zelfsturing op individueel en op teamniveau, bijvoorbeeld met jobcrafting. Ook dat gaan we meten, waarbij het niet alleen om getalletjes gaat, maar om mensen die met een zware taak bezig zijn en die dat goed willen doen. Zo zitten mensen in elkaar.

Als managers bevlogen, onderwijskundig leiderschap tonen, halen zij het allerbeste uit hun docententeams en zal de invoering van competentiegericht opleiden best lukken. Als je dat wilt, voor ROC-teams is een vitaliteitsonderzoek mogelijk à la Gazelle.

Meer over bevlogenheid