De revolutie in het leren is begonnen

Nieuwe vormen van leren zijn over vijf jaar volledig ingeburgerd en mogelijk alweer achterhaald. Technologie, economie en ingrijpende veranderingen dwingen tot permanent leren. Dat lukt alleen als de manier waarop wij leren drastisch op de helling gaat, zegt hoogleraar Robert-Jan Simons.

Nieuwe vormen van leren zijn over vijf jaar ingeburgerd en wellicht alweer ingehaald door andere innovaties. ‘Welke dat zijn kunnen we eigenlijk niet voorspellen’, zegt Robert-Jan Simons, emeritus hoogleraar didactiek in digitale context en wetenschappelijk coördinator van de Masteropleiding Human Development van Schouten University. ‘Een terugblik op uiteenlopende voorspellingen die ooit zijn gedaan, leert dat de meesten niet uit zijn gekomen. Althans, niet in een vorm of op een moment dat ze gedaan werden. Neem de dotcom-bedrijven, we dachten rond de eeuwwisseling dat die massaal zouden worden opgericht. Toen gebeurde dat echter niet. We zien juist dat dit nu gebeurt.’

Overlap

Het onvermogen om zuiver te voorspellen, zo vervolgt Simons, laat onverlet dat leren aan sterke veranderingen onderhevig is. Hij noemt drie factoren die daaraan ten grondslag liggen: ‘De technologie, de economie en het levenslang leren. Die overlappen elkaar gedeeltelijk en hangen soms met elkaar samen. Neem de technologie, die heeft sterk bijgedragen aan de beschikbaarheid van informatie en leermiddelen. De wereld ligt aan je voeten. Door de beschikbaarheid van al die informatie ontstaan vanzelf nieuwe leervormen die mensen in staat stellen om gebruik te maken van de beschikbare kennis.’

Technologische push

Behalve de technologische push, die voortkomt uit innovaties van de leeromgeving, ontstaan nieuwe leervormen doordat mensen al langer een intrinsieke vraag hadden naar andere leervormen. De technologie heeft de mogelijkheden gecreëerd om andere manieren van leren mogelijk te maken. ‘Neem het leren met behulp van beelden, de vraag hiernaar bestaat al  heel lang bij heel veel mensen. De technologische ontwikkeling heeft gemaakt dat deze vorm van leren mogelijk is geworden. Foto’s, film, beeld, graphics, het is er allemaal en er wordt massaal gebruik van gemaakt. Opeens wordt de smartboard massaal omarmd door bedrijven en scholen. Niemand heeft zien aankomen dat dit opeens zo’n hoge vlucht neemt.’

Variëteit aan leermiddelen

Wat ook anders wordt door de technische ontwikkelingen, is dat je kunt kiezen uit een variëteit aan leermiddelen, zegt Simons. ‘’Bijvoorbeeld uit alle boeken die er maar beschikbaar zijn, of uit het leren met een docent, uit online leren, leren met collega’s. Voor deze vorm van flexibel leren is tegenwoordig veel aandacht.’

Er is daarbij een verschil tussen individueel leren en gepersonaliseerd leren, legt Simons uit. Individueel leren betekent dat de leermiddelen vaststaan en dat je daar een persoonlijke keuze uit kunt maken. Gepersonaliseerd leren betekent dat je zelf bepaalt welke informatie en welke leermiddelen je betrekt bij het leren. ‘De laatste tijd is er veel aandacht voor gepersonaliseerd leren, want die vorm van flexibiliteit speelt in op wat er van mensen wordt gevraagd aan het verbeteren van inzetbaarheid.’

Tijd en afstand verdwijnen

De technologie maakt ook dat tijd en afstand verdwijnen als voorwaarde voor leren. Daarvoor in de plaats komt het leren op de werkplek. Steeds meer organisaties omarmen dit. ‘Bijvoorbeeld een grote zorginstelling in het zuiden van het land’, zegt Simons. ‘Die doet alle externe opleidingen de deur uit. Dat vraagt dan wel om een aangepaste inrichting. Er moeten ruimten komen waar mensen kunnen studeren, er moeten goede online faciliteiten zijn. Voor grote organisaties is dit aantrekkelijker dan dat medewerkers voortdurend weg zijn op cursus en reiskosten moeten maken. Het scheelt daarom tijd en kosten.’

Goedkoper

‘Leren op de werkplek is echter niet per definitie goedkoper, want je moet investeren in leermiddelen die soms snel verouderen. Ook gaat leren op de werkplek ten koste van de productiviteit.’

Toch is de technologie niet de belangrijkste aanjager van nieuwe leervormen, meent Simons. Ontwikkelingen in de wereldeconomie zijn belangrijker. ‘Want in het Westen houden we ons niet meer bezig met het produceren van goedkope producten en diensten, dat gebeurt elders. Het goedkope T-shirt wordt gemaakt in Azië, maar de productiemethoden hiervoor worden bij ons ontwikkeld.

Garnalenindustrie

Een recent voorbeeld daarvan zien we in de garnalenindustrie. Garnalen werden vroeger in Nederland gepeld. Daarna verhuisde die dit werk naar Marokko. Tot hier in Nederland het machinaal pellen werd uitgevonden, daarna werd het pellen van garnalen weer teruggehaald en gebeurt dit machinaal. In het Westen leggen we ons toe op vernieuwing en die vraagt om creativiteit en innovatief vermogen. Deze permanente vernieuwing is ons concurrentievermogen ten opzichte van de rest van de wereld.’

Ontwikkelgerichtheid

Deze permanente ontwikkelgerichtheid vraagt om mensen die goed opgeleid zijn en die voortdurend kunnen inspelen op nieuwe vragen. ‘Om cognitieve kennis gaat het maar in beperkte mate’, weet Simons. ‘Die veroudert sneller dan ooit tevoren en daar moet weer nieuwe voor in de plaats komen. Plus het gegeven dat we die kennis ook snel kunnen toepassen voor vernieuwing. Dat vraagt om innovatiegerichtheid en creativiteit.’

Noodzaak permanent leren

Waarmee Simons de derde initiator aanstipt van vernieuwing in het leren: de noodzaak van het permanente leren. ‘We leven in een onzekere wereld waar we nooit zeker zijn van wat er de volgende dag van ons wordt gevraagd. Neem de klimaatveranderingen, aanslagen, oorlogen of wat dan ook aan onverwachtse ontwikkelingen. Je moet klaar zijn om meteen in te spelen op wat er morgen van je wordt gevraagd.’

Tolerantie voor onzekerheid

Het is een misverstand dat de intelligente medewerker met een hoog IQ hier het best voor is toegerust, Simons. ‘Het onderscheid tussen intelligent of niet werkt hier niet. Analytisch vermogen is niet genoeg om snel op veranderingen te kunnen inspelen. Het gaat ook om tolerantie voor onzekerheid. Morgen kunnen de omstandigheden waaronder je moet werken, de vaardigheden die er van je worden gevraagd, de kennis die je moet inbrengen helemaal anders zijn. Of je dit aankunt is een kwestie van persoonlijkheid. Er wordt niet alleen gevraagd om je kennis, maar ook om je inspiratie, je betrokkenheid en je motivatie. Creativiteit, empathisch vermogen, sociale intelligentie, alle mensen hebben talenten die nodig zijn om het permanente leren vorm en inhoud te geven.’

Leren in community’s

Zelfstandig leren is belangrijk om permanent te kunnen leren, vervolgt Simons. ‘Je moet er gewend aan raken dat je altijd leert. Dat wil niet zeggen dat je het alleen hoeft te doen. Leren in community’s neemt zienderogen toe. Bijvoorbeeld in de zorg en in het onderwijs. Leraren zoeken elkaar op om samen nieuwe leermiddelen te ontwikkelen om samen te leren hoe zij daarmee moeten omgaan. Je ziet dit ook in de zorg, waar de professionals proberen te leren hoe zij kunnen inspelen op de persoonlijke behoefte van de patiënt, terwijl daar budgettair en tijdtechnisch de ruimte voor ontbreekt. Mensen zoeken elkaar op om samen dit soort vraagstukken op te lossen, ze kijken hoe andere beroepen hiermee omgaan en hoe je de vertaalslag naar je eigen werk kunt maken.’

Certificeren

Passen de bekende waarderingen nog wel die de leerprestaties uitdrukken, zoals diploma’s en certificaten? Simons pleit ervoor om ook daar anders mee om te gaan. Voor basiskwalificaties zijn ze geschikt, maar niet om de voortgang van het permanent leren te waarderen. ‘Van veel outputcriteria moeten we af, waarbij we afrekenen op toetsbare resultaten. Hiermee krijgen we onvoldoende zicht op iemands flexibiliteit en aanpassingsvermogen. We moeten toe naar vertrouwen in de aanpassingsbereidheid en het aanpassingsvermogen van medewerkers. Daarbij gaat het niet alleen om de mate van inzetbaarheid, maar ook om het werkplezier, de inzet en de motivatie. Het vraagt om een cultuuromslag en die moeten we met z’n allen maken.’

Robert-Jan Simons
Professor Robert-Jan Simons is wetenschappelijk coördinator van de Masteropleiding Human Development van Schouten University. Daarnaast is hij emeritus hoogleraar didactiek in digitale context, een leerstoel die hij sinds 2001 bekleedde aan de Universiteit Utrecht, tot zijn emeritaat in 2014. Daarvoor was hij hoogleraar onderwijs- en opleidingspsychologie en onderzoeksdirecteur pedagogiek en onderwijskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (van 1990 tot 2001). Simons studeerde psychologie in Utrecht en Amsterdam. Hij promoveerde in 1981 op een proefschrift over het gebruik van metaforen in het onderwijs.

Verder praten?

0418 - 683 440

Of vraag een gratis adviesgesprek aan

Gratis adviesgesprek