Duurzame inzetbaarheid. Fit of misfit?

Elke medewerker op de juiste plek. Een goede balans tussen de werknemer en zijn werkcontext is een voorwaarde voor duurzame inzetbaarheid. De persoon-werk-fit moet goed zijn, zoals prof. dr. Wilmar Schaufeli, hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie, het noemt. Gebaseerd op principes vanuit de psychologie ontwikkelde hij het Fit-model.

Fit = in balans

‘Fit’ heeft hier niet te maken met conditie, maar met de mate waarin het werk bij de persoon past en andersom. Dit wordt bepaald door de kennis, vaardigheden en motivatie van de werknemer in relatie tot de werkcontext. Is de werknemer in balans met zijn werkcontext, dan is er een fit: de werknemer voelt zich gezond, heeft plezier in zijn werk en presteert goed. Is de balans verstoord, dan zijn stress, ontevredenheid en slechte prestaties het gevolg.

Het model

Het Fit-model toont twee typen ‘fit’: De fit tussen taakeisen en capaciteiten/vaardigheden is de demands-abilities fit. De balans tussen de eisen die het werk stelt en de mogelijkheden die medewerker heeft. Als de werknemer zijn werk goed aankan en als het werk voldoende uitdaging biedt, is er sprake van een goede fit.

De fit tussen ambitie/motivatie en werkcontext, is de needssupply fit. De behoefte van de werknemer om zich te ontwikkelen en om gesteund te worden, moet aansluiten bij de mogelijkheden die de werkgever biedt en de ondersteuning die bijvoorbeeld collega’s bieden.

Bekijk het fit-model en lees het volledige artikel: Fit of misfit? Elke medewerker op de juiste plek (PDF)