Geluk en veerkracht – Lessen van de Olympics (2)

Het mooie aan de Olympische Spelen vind ik de verhalen achter de prestaties van de sporters. Als kijker krijgen we alleen maar de climax te zien van een vaak jarenlange voorbereiding. Niet alleen de winst of het verlies, maar de verhalen die gaan over veerkracht bij tegenslag interesseren mij het meest. Immers, de weg naar het podium is net zo belangrijk als het podium bereiken an sich.

Vooral bij de teamsporten hebben de atleten dan tijdens de Spelen nog een aantal wedstrijden om tot de finalerondes te reiken. Maar hoe anders is het voor bijvoorbeeld de judoka’s, die al binnen een paar minuten klaar kunnen zijn. Of een hardloper die de 100 meter loopt, daarvoor kan het al binnen 11 tot 12 seconden over zijn. Maar hoe goed je je ook hebt voorbereid, en welke voor- of tegenspoed je onderweg ook hebt gehad, soms is er ook domweg geluk nodig. Geluk dat jouw tegenstander een fout maakt, waardoor je toch een ronde verder komt of die trede op het podium bereikt. De winnaar is altijd degene die de minste fouten maakt op de momenten die tellen.

Soms zien of horen we meer over de weg naar die topprestatie om te kunnen  deelnemen aan de OS en hopelijk te schitteren. Bijvoorbeeld tijdens een documentaire over de hockeymannen die voor goud gingen. Daarin zien we ook de hobbels of tegenslagen on the Road to Rio. En tijdens de Spelen zien we deze voorbeelden aan ons voorbij komen. Weliswaar vanaf de bank of tablet, maar door het commentaar (bijvoorbeeld de prachtige turnverhalen van Hans van Zetten) en de emotie voel ik mogelijk een fractie van wat de sporter(s) op dat moment  ervaren. Neem de zwemster Sharon van Rouwendaal, die een mentaal tikkie moet hebben gehad van haar prestatie bij haar 400 meter. Vervolgens pakt ze een paar dagen later goud op de 10 kilometer. Dat is echte veerkracht.  En helemaal bewonderswaardig zijn de veelal jonge atleten, zoals Ranomi Kromowidjojo waarvan de verwachtingen hoog zijn. Soms blijven de resultaten uit, moeten zij direct de pers te woord staan en zich daarna mentaal voorbereiden op de volgende race.

Wat ik hieruit leer? In het werk moeten we bij tegenslag ook kijken hoe we veerkracht kunnen tonen. Niet doorrennen, maar even pas op de plaats maken. Zo kun je bepalen welke gevolgen het heeft voor het proces waar je in zit. En vooral: welke kansen zie je door de tegenslag? Dat geeft namelijk positievere energie dan het terugvallen in je oude patroon! Leren en verbeteren doe je door fouten te maken en met tegenslagen om te gaan. En geloof me, I’ve got some on my sleeve.

Marieke Schouten
Directeur Customized Solutions Schouten & Nelissen