Farewell cocktailparty

Geen spannend werk op kantoor vandaag, of je moet gek zijn op het schrijven van verslagen. Om tien kwam Father S. me vertellen dat hij me ‘s middags, samen met Father Y. zou komen ophalen voor een tocht naar de heuvels boven Gombé (het nationaal park met de chimpansee kolonie van Jane Goodal). Een kleine kans een verdwaalde chimp te zien maar het beloofde vooral een mooi landschap te worden. Om vier uur vertrokken we.

En het was een mooi landschap! Bij Tanzania denk je misschien aan vlak landschap, palmbomen, maar dit was zeer bergachtig, maar vooral groen, groen, groen. Bijna lichtgevend groen. De weg was grotendeels onverhard. Hele stukken waren steil en bezaaid met stenen. Op het steilste stuk verzocht Father S. ons uit te stappen zodat hij alleen met de auto naar boven kon proberen te komen. Ik twijfelde lange tijd of het hem zou lukken om boven te komen. Erg bemoedigend was de opmerking van Father Y. niet:”Father S. heeft nog niet zo veel rij ervaring. We moesten nog wat steile hellingen langs diepe ravijnen. En bedankt!

Het uitzicht over Lake Tangayika en de hellingen met bomen en een enkel hutje besprenkeld maakten het echter allemaal meer dan goed. Bovenaan werd de auto stilgezet om te genieten van het uitzicht. En kwamen de flesjes Serengheti, Castel en Kilimanjaro (bier, bier en bier) te voorschijn: “this is your farewell cocktailparty”, zei Father S. Nou, een gavere plek had hij niet kunnen bedenken! Leuk, dat ze dat zo bedacht hadden. Na een prachtige Afrikaanse zonsondergang werd ik om acht uur weer veilig bij Nzimano afgezet.

Zoals vaak zit ook bij dit verhaal het venijn in de staart

In de trainingen die ik hier heb gegeven heb ik geprobeerd de nadruk te leggen op duurzame projecten, dus geen projecten met steun van anderen, maar geld genererende projecten waarmee ze onafhankelijk worden van hulp van derden. In de training zijn nu 9 projecten gedefinieerd die ze willen gaan oppakken. Daar zitten kleine bij (een kleine kippenfarm, beginnende met 50 kippen, voor verkoop van eieren en vlees, een boekwinkel openen, groenten verbouwen en verkopen), maar ook grotere (een kinderopvang tegen betaling, fruit exporteren, een studio voor het maken van audio en video) tot zelfs grote projecten zoals een multi purpose hal voor max 400 personen, inkoop en opslag van graan, mais, rijst op goedkope momenten en verkoop als de prijs hoger is). Of het ze gaat lukken om allemaal uit te voeren zal de tijd moeten uitwijzen. Maar ze snappen de noodzaak, hebben nu goede projectplannen en zijn enthousiast.

Uitzondering

Ik ben hier veel schrijnende gevallen tegen gekomen waar dat (in ieder geval op korte termijn) niet bij gaat helpen. Dat geeft een gevoel van onmacht en afschuw. Na lang piekeren en overleg met mijn speciale adviseuse (jawel, die) heb ik besloten dat ik toch één van de meest schrijnende projecten wil oppakken. Dit gaat namelijk om mensenlevens en kan niet zonder steun van anderen gerealiseerd worden. En wachten tot de hierboven genoemde geld generende projecten voldoende opleveren om dit aan te pakken zijn er al weer tientallen jonge moeders en kinderen gestorven. Dus maak ik een uitzondering op het idee dat we duurzamer moeten helpen voor dit bijzondere verhaal.

Kasulu is een uitgestrekt gebied bestaande uit een stadskern met veel buitengebieden. Het bestrijkt een gebied van (schat ik) 10 bij 10 kilometer en er schijnen ruim 100.000 mensen te wonen. Ik heb ze niet nageteld, maar ik heb er veel gezien. In Kasulu is een ziekenhuis. Voor veel mensen is dat ver weg. De Tanzaniaanse gezinnen hebben veel kinderen, de vrouwen zijn dus vaak zwanger, vaak al vanaf heel jonge leeftijd. Als de tijd van bevallen daar is moeten ze naar het ziekenhuis, want vroedvrouwen zijn hier niet. Bijna niemand heeft een auto dus ze moeten of bij hun man achterop de fiets of te voet. En vaak meer dan 5 kilometer (met weeën en al). En de wegen zijn zandpaden met diepe kuilen of in de regentijd modderpoelen. Veel vrouwen redden het dus niet tot aan het ziekenhuis en bevallen langs de kant van de weg. Het gebeurt regelmatig dat daarbij moeder en kind langs de kant van de weg overlijden. Hoe vaak is niet bekend (er is hier geen centraal bureau voor de statistiek) maar volgens de zusters in Kasulu gebeurt dat veel meer dan tien keer per jaar. Vul maar in: 20? 30? 40? 100?

Oplossing

De zusters willen dit oplossen door in het buitengebied een “dispensary” te bouwen. Een klein ziekenhuisje annex kraamkliniek met maximaal 20 bedden en (misschien) een auto om vrouwen thuis op te halen. Daar willen ze ook voorlichting geven over hygiëne, geboortebeperking en gezondheid. Dat kost eenmalig € 35.000,- voor de bouw en apparatuur en daarna € 4.000,- per jaar voor de salarissen. Uiteraard hebben ze dat geld niet en op verzoeken om steun bij westerse instanties krijgen ze zelfs geen antwoord. En dus blijven er jaarlijks veel meer dan 10 (20? 30? 40? 100?) bevallende vrouwen langs de kant van de weg sterven. Ik wil hier (hopelijk met jullie hulp) als ik terug ben in Nederland wat aan gaan doen. Ik wil dat geld bij elkaar krijgen zodat we in ieder geval in dit gebied de moedersterfte kunnen terugdringen. Ik weet nog niet precies hoe ik dat ga aanpakken, maar ik vind dat het geld er moet komen. Hoe ik het wil aanpakken weet ik nog niet, maar ik meld me wel weer hierover als ik terug ben in Nederland.

Morgen weer een wat vrolijker verhaal! Ik weet de titel al: terug naar huis.......joepie!

Tanzania, dinsdag 23 november 2010.