Indrukwekkende trip naar Kibondo

Gisteren, na het internet café ben ik met Professor H. wezen eten in het Lake Tangajika Beach hotel. Een vreemde ervaring, want het is zo perfect aangelegd en ingericht, en ook de obers zijn zo perfect getraind dat het contrast met Kigoma stad en Nzimano wel heel groot is. Daardoor mist het de charme van het eenvoudige hostel Nzimano. Maar eerlijk is heerlijk: het heeft wel wat om opeens weer frites met mayonaise te eten en een lekkere droge witte wijn te drinken, terwijl op twintig meter afstand de golven van het Lake Tangajika op het strand aan-en af rolden.

Wilde rit

Vanochtend zouden we om negen uur vertrekken en omdat mijn reispartner Zr. Angelica was, gebeurde dat ook. Leuk om met haar op reis te zijn want ze is een geweldig mens met ongelooflijk veel gevoel voor humor en scherp van geest. Het eerste deel tot aan Kasulu was bekend, de volgende twee uur was de weg nog slechter. Ik was dan ook compleet door elkaar geschud toen we uiteindelijk om half zeven in Kibondo zouden aankomen. En overal hetzelfde beeld langs de weg, hutjes van leem of baksteen met daken van palmbladeren of golfplaat en veel, veel rode aarde.

Tussenstop: school in Kasanda

Voordat we naar Kibondo gingen zijn we eerst naar Kasanda “parish” geweest voor de lunch. De priester, Father Gerard, leidde ons rond over zijn schoolterrein. Deze school maakt gebruik van de gebouwen die een tijd geleden overhaast gebouwd zijn voor de vluchtelingen uit Rwanda en Burundi (de beruchte Hutu en Tutsi oorlog). Er ontbreekt nog van alles aan, maar steeds weer is het grote probleem:”geen geld”.

Tussenstop: ziekenhuis in Kakongo

Daarna zijn we doorgereden naar Kakongo. Hier bezochten we de ambacht school en het gehandicapteninstituut. Ook de basisschool die in de zeventiger jaren gelijk met veel andere scholen door de eerste president (Julius Nyerere) genationaliseerd is maar die waarschijnlijk weer terug gegeven gaan worden aan de Dioceses. En steeds weer het zelfde probleem: men moet en wil veel opknappen, maar er is geen geld. Ik word er steeds moedelozer van en begin steeds meer respect te krijgen voor het enorme optimisme en de aangeboren vrolijkheid van de Tanzanianen. Echt heel bijzonder. Klapstuk was wel een gerenoveerd gebouw waarin een dispensary (klein ziekenhuisje) gestart moet worden. Geen licht, geen water, geen meubels, geen geld en dus blijft het leeg staan. Patiënten genoeg, maar ook geen geld voor medicijnen en personeel.

Douchen met een maatbeker

Daarna naar Kibondo waar we door de priester in zijn parochie uit 1964 ontvangen werden met koffie en pinda’s (dat krijg je hier overal bij de koffie of de thee). Hij is bezig zijn parochie op te knappen, maar krijgt het geld mondjesmaat binnen en hoopt dus over driekwart jaar genoeg geld te hebben om het af te kunnen maken. Het wordt uiteindelijk wel ruim en mooi, dat kun je al zien. Nadat we Zr. Angelica naar het convent hebben begeleid (daar slaapt zij, ik in de parochie) begon Father Anthony met emmers te sjouwen en zei:” je wilt vast een warm bad”. Ik kreeg een halve emmer met bijna kokend water waarbij ik koud water kon mengen. Goed, je moet jezelf met een maatbeker douchen, maar het was lekker! Mijn eerste warme douche in drie weken, heerlijk!

Na het avondeten (zoals altijd: rijst, bonen, vlees (dit keer geit) en cassave, met papaya zo groot als een watermeloen toe) hebben we nog even naar de Tanzaniaanse tv gekeken, maar dat doet niet onder voor de Nederlandse tv, dodelijk saai dus. Daarom hield ik het om kwart voor tien voor gezien. Licht uit!

Tanzania, woensdag 17 november 2010.