Waarom zien we onszelf niet altijd scherp?
Jezelf kennen klinkt eenvoudig. In de praktijk hebben we allemaal blinde vlekken.
Om te beginnen ken jij je eigen bedoelingen, terwijl anderen vooral je gedrag zien. Jij weet dat je die scherpe opmerking niet vervelend bedoelde. Je collega hoorde alleen de opmerking.
Daarnaast kijken we niet helemaal objectief naar onszelf. Soms praten we onze tekortkomingen goed. Soms gebeurt juist het tegenovergestelde en zijn we veel te kritisch op onszelf. Beide kunnen ervoor zorgen dat ons zelfbeeld minder scherp wordt.
Ook maakt het uit welke vraag je stelt. Op een concrete vraag als "Hoe goed bereid ik mijn klantgesprekken voor?" kun je waarschijnlijk een redelijk antwoord geven. Een brede vraag als "Ben ik een goede leidinggevende?" is veel moeilijker te beoordelen.
En bekende ideeën over zelfoverschatting, zoals het Dunning-Krugereffect, zijn minder zwart-wit dan vaak wordt voorgesteld. We overschatten onszelf soms, maar dat betekent niet dat mensen die ergens minder goed in zijn zichzelf altijd het meest overschatten.
Je kunt je blinde vlekken niet alleen wegdenken.
Je hebt ook informatie van buiten jezelf nodig. Wat deed je daadwerkelijk? Wat was het resultaat? En hoe ervaren verschillende mensen jouw gedrag?
Hoe kun je zelfbewustzijn vergroten?
Uit onderzoek komen vier bruikbare routes naar voren om je zelfbewustzijn te trainen.
1. Laat iemand met je meekijken
Coaching en begeleiding kunnen helpen om patronen te herkennen die je zelf minder snel ziet.
Een meta-analyse van de Universiteit van Amsterdam vond positieve effecten van coaching op onder meer prestaties, welzijn, omgaan met tegenslag, werkhouding en het sturen van persoonlijke doelen.
Opvallend is dat meer sessies niet automatisch betere resultaten opleveren. De kwaliteit van de begeleiding lijkt belangrijker dan de hoeveelheid.
Een goede coach of trainer helpt je niet alleen nadenken, maar houdt je ook een spiegel voor.
2. Reflecteer met wat meer afstand
Na een moeilijk gesprek blijven we gemakkelijk hangen in vragen als:
Waarom deed ik nou weer zo?
Dat kan al snel veranderen in zelfkritiek.
Onderzoekers Ethan Kross en Özlem Ayduk laten zien dat afstand nemen kan helpen. Kijk bijvoorbeeld naar een situatie alsof je een buitenstaander bent.
Je kunt jezelf zelfs bij je naam noemen tijdens het terugkijken. Dat klinkt misschien vreemd, maar juist die kleine mentale afstand kan helpen om helderder te kijken.
Geef reflectie bovendien een grens: één moment, één vraag, daarna weer verder. Anders schuift het ongemerkt richting piekeren.
3. Train je aandacht
Aandachtstraining en mindfulness kunnen je helpen sneller op te merken wat er in jezelf gebeurt. Niet pas 's avonds wanneer je het gesprek opnieuw afspeelt, maar terwijl het gebeurt.
Je merkt bijvoorbeeld dat je ademhaling versnelt, dat je spanning voelt of dat je de neiging krijgt om meteen te reageren. Juist dat vroege moment is waardevol. Want zodra je iets opmerkt, ontstaat er keuze.