Succesfactor voor leidinggevenden: doseer je assertiviteit

Hoewel charisma, intelligentie, drive en nauwgezetheid stuk voor stuk belangrijke kenmerken van goede managers zijn, bepaalt juist de mate van assertiviteit of iemand slaagt of faalt als leidinggevende. Assertief reageren is ok, maar té daadkrachtig handelen kan tegen je gaan werken. Ben jij een manager of ambieer jij een leidinggevende functie? Doseer je assertiviteit met deze slimme tips!

Wie effectief leiding wil geven, moet niet té assertief zijn. Zo blijkt uit onderzoek van Flynn en Ames van de Columbia Business School. Zij toonden aan dat de positieve effecten van extreem assertief gedrag teniet worden gedaan doordat mensen beschadigd raken. Ook komt volgens hen hierdoor de relatie tussen manager en medewerker onder druk te staan. Dit remt de efficiënte uitvoering van het werk.

Welk gedrag vertoon je als manager?
Managers die hun assertiviteit effectief willen inzetten, moeten zich volgens de onderzoekers bewust zijn van het effect van hun gedrag op anderen. Te assertief gedrag werkt dus niet. Te weinig assertief zijn, blijkt echter ook averechts te werken. Gedoseerd assertief zijn is dus het beste. Het is dan ook essentieel voor managers om deze gulden middenweg te vinden: de dingen gedaan krijgen én de goede verhoudingen bewaren.

En dan bedoelen we niet dat een goede leider altijd gemiddeld assertief moet zijn, maar eerder dat hij weet wanneer hij zijn zin door moet drukken en wanneer hij zich juist beter op de achtergrond kan houden. Én weet wat de invloed van zijn gedrag op anderen is. Worstel jij daar ook af en toe mee? Dan volgen hier enkele nuttige tips.

5 tips om je assertiviteit juist te doseren

1. Gebruik ‘ik’-uitspraken
Wanneer je spreekt vanuit jezelf, dan laat je jouw gevoel zien en laat je een ander in zijn waarde. Jouw gesprekspartner voelt zich dan niet aangevallen.

2. Indien je een verzoek weigert, wees dan duidelijk en zeg ‘nee’
Je kunt een reden opgeven maar doe dat niet om je te verweren. Wees duidelijk en bondig, maar blijf beleefd en toon begrip voor de ander.

3. Wees direct maar niet agressief
Toon respect en luister goed naar de ander, maar durf waar nodig knopen door te hakken.

4. Wees duidelijk en luister goed
Praat rustig en met zelfvertrouwen. Geef zo nu en dan een samenvatting van hetgeen je zegt of hoort. Let op de lichaamstaal van je gesprekspartner(s) en anticipeer hier op.

5. Kom direct ter zake en blijf kalm
Geef kritiek op een handeling, niet op een persoon. Maak je kritiek specifiek. Als je klaar bent, herbevestig dan je steun en vertrouwen in de persoon.

Interessant voor jou?