Ga naar het hoofdmenu Ga naar de inhoud

Impact maken als professional in een snel veranderende wereld

Thema: Organisatie ontwikkeling en bedrijfskunde
Rubriek
Artikel
Datum
14 december 2021
10 minuten leestijd

Wil je de volgende stap maken in maatschappelijk ondernemerschap, je innovatiekracht vergroten, ethisch leiderschap ontwikkelen, en risico’s zien als groeikans in plaats van bedreiging? De masteropleiding Bedrijfskunde van Schouten & Nelissen University of Applied Sciences is speciaal ontworpen voor professionals van de toekomst die écht impact willen maken in hun organisatie. Vier onderwijsinnovators die hielpen met de ontwikkeling van de modules vertellen waarom de master relevanter is dan ooit, en hoe onderzoeken, begrijpen en beïnvloeden daarin centraal staat.

Maatschappelijk ondernemen in ecosystemen

Steeds meer organisaties kiezen voor verantwoord ondernemerschap. Logisch, want klimaatverandering, uitstoot van schadelijke gassen en uitputting van grondstoffen zijn grote thema’s die onze toekomst bepalen. Consumenten vinden het bovendien steeds belangrijker dat organisaties niet alleen een goed product maken, maar zich ook inzetten voor een betere wereld. Dat vraagt binnen organisaties om een flinke transitie en cultuuromslag.

Gerard Berendsen, specialist op het gebied van kwaliteitsmanagement en organisatieverbetering, is docent van de mastermodule Maatschappelijk ondernemen in ecosystemen. Binnen deze module ligt de focus op maatschappelijk verantwoord ondernemen en circulariteit. “Met ecosystemen bedoelen we dat je de economie niet langer ziet als een statisch geheel, maar als organisch netwerk dat uit talloze mensen, stakeholders en factoren bestaat,” aldus Berendsen. “Het is van belang dit netwerk in kaart te brengen

Betekenis als drijvende kracht voor ondernemerschap

Een focus op ecosystemen is onderdeel van een bredere ontwikkeling binnen de betekeniseconomie. Adriaan Wagenaar, mede-ontwikkelaar van de nieuwe studierichting, ziet een belangrijke rol voor de betekeniseconomie in het opleiden van professionals, waarin duurzame groei van de mens en de aarde centraal staat. “De betekeniseconomie is meer dan een concept of idee – je kunt het beter zien als logische evolutie van vorige economische modellen,” vertelt Wagenaar. “Er wordt niet langer uitgegaan van het maken van maximale financiële winst, maar van betekenisgeving en maatschappelijk rendement. Dus geen economie die is gebaseerd op uitputting van natuurlijke hulpbronnen voor zoveel mogelijk geld, maar betekenis als drijvende kracht. Kwantitatieve groei maakt plaats voor kwalitatieve groei.”

Handvatten voor ethisch leiderschap

Die manier van denken heeft volgens Wagenaar veel invloed op het economisch onderwijs. Zo merkt hij dat er in organisaties meer behoefte is aan handvatten voor ethisch leiderschap, nog zo’n module van de nieuwe studie. “De betekeniseconomie geeft de mogelijkheid om traditionele markttermen los te laten en te denken in ecosystemen, in een samenhangend geheel van stakeholders die elkaar beïnvloeden om samen grote resultaten te bereiken. Zie het als een drietrapsraket: je maakt eerst impact voor jezelf door je talent, ambitie en creativiteit beter in te zetten. Dat zorgt vervolgens voor een positieve impact in je organisatie, en uiteindelijk in de wereld om ons heen.”

DOSIT-Methodiek

Om professionals te helpen met verduurzaming binnen hun organisatie, ontwikkelde Berendsen samen met TNO de DOSIT-methodiek (Duurzaam Ondernemen door Selectie Innovatieve Technologie). Zo’n methodologie is een belangrijk handvat voor professionals die écht impact willen maken. Berendsen: “Professionals krijgen met de methodiek inzicht in de relatie tussen duurzaamheid, bedrijfsprocessen en aandachtsgebieden voor de bedrijfscontinuïteit. De methodiek leidt op technologisch en organisatorisch niveau tot een concreet plan voor duurzame innovatie binnen het bedrijf.”

Wagenaar vult aan: “De Verspillingsfabriek is zo’n voorbeeld van succesvolle duurzame innovatie. Het is een initiatief dat eten maakt van voedsel dat normaal gesproken in de vuilnisbak eindigt. In de traditionele visie op productie kijk je naar een productielijn en denk je: wat heb ik nodig om soep te maken? Vervolgens ga je tomaten inkopen, soep maken, inblikken en verkopen voor winst. In de betekeniseconomie draai je dat proces om. Je vraagt je af wat je tot je beschikking hebt en past daar je productielijn op aan. Zo maak je de ene dag tomatensoep, de andere dag appelmoes en de dag erna weer iets nieuws. Daardoor ga je minder mechanisch denken, en meer focussen op de output. Terwijl je wel nog elke dag iets maakt wat geld én betekenis oplevert.”

Durf lastige vragen te stellen

Succesvolle organisaties van de toekomst ondernemen niet alleen om geld te verdienen, maar durven zichzelf grote, lastige vragen te stellen. Berendsen is ervan bewust dat zulke vragen kunnen leiden tot weerstand binnen een organisatie, en als je iets wilt veranderen altijd afhankelijk blijft van anderen. “Om die vragen te beantwoorden zijn altijd collega’s, stakeholders, beslissingmakers en afdelingen nodig die het roer durven en kunnen omgooien. En natuurlijk input van de klant. Want juist de maatschappelijke problemen zoals vervuiling, leefbaarheid en uitbuiting zijn dé thema’s waar je je klant bij kunt betrekken. Wat verwachten ze van je? Hoe kan je ze betrekken in je ondernemerschap en ze het gevoel geven om samen aan een oplossing te werken, juist met jouw product of merk? Hoe lastiger de vraag, hoe beter. Zo leer je te denken vanuit het wat, in plaats van het waarom: wat is het probleem dat nu speelt en hoe los ik dat samen met de klant als professional op?”

Het zijn allemaal thema’s die voorbijkomen tijdens de mastermodule Leidinggeven aan verandering, waarin je als professional meer inzicht krijgt in de dynamiek en complexiteit van verandervraagstukken. Maar ook hoe je op een wetenschappelijke basis veranderstrategieën ontwikkelt en succesvol inzet. Vooral dat wetenschappelijke aspect is volgens Berendsen een belangrijk onderdeel van de opleiding: “Om mensen mee te krijgen en ze te overtuigen van je verhaal, moet je met feiten komen. Dat betekent dat je plannen altijd onderbouwd moeten zijn met wetenschappelijke bronnen, data en cijfers, in plaats van je onderbuikgevoel of intuïtie.”

Mensen meekrijgen? Vergroot je situationele bewustzijn

Remco Coppoolse, docent van de module, voegt daaraan toe dat het zogenaamde situationeel bewustzijn ook belangrijk is als je mensen mee wilt krijgen in je innovatieplannen. Coppoolse: “Vanuit de veranderkunde leren we dat je bewust moet zijn met welk verandervraagstuk je te maken hebt, en welke strategie daarbij past. Niet ieder vraagstuk vraagt om een projectmatige aanpak: soms heb je juist agile of een heel andere werkmethode nodig. Hetzelfde geldt voor de strategie en wat je rol is als veranderaar. Welke bagage heb je, en wat zijn je overtuigingen en waardes? Pas als je daar heel goed bewust van bent, kun je het dialoog opzoeken met beslissingmakers. Je herkent je bondgenoten, coalitiepartners, critical friends en tegenstanders sneller. Ook kun je veranderposities en ideeën effectiever beargumenteren en (op tijd) bijstellen als dat nodig is.”

Omarm risico’s om te innoveren

Dat situationele bewustzijn speelt volgens Coppoolse ook een rol bij de risico’s waar een organisatie mee kampt, waarop dieper wordt ingegaan tijdens de module Risicomanagement in verandering. Daarin leer je hoe je als professioneel risico’s identificeert en beoordeelt, en hoeveel risico je organisatie bereid is te nemen om te innoveren. Coppoolse: “Wie innovatief wil zijn, heeft altijd te maken met risico’s. Het is logisch dat organisaties hun best doen om risico’s zoveel mogelijk in te kaderen. Het maken van SWOT-analyses of bedreigingen verkennen is natuurlijk altijd zinnig. Maar tegelijkertijd moet je als professional begrijpen dat je onmogelijk risico’s, verstoringen of onverwachte veranderingen kunt voorspellen, of op tijd voor kunt zijn. Je moet die risico's niet proberen te managen. Het is beter om te leren omgaan met plotselinge verstoringen. Met andere woorden: durf de veiligheid van modellen, draaiboeken en analyses soms wat meer los te laten, en sta vaker stil wat er om je heen gebeurt. Zo wordt de drempel om risico’s te nemen kleiner, en sta je als professional meer open voor innovatie.”

Coppoolse legt uit dat je het situationele bewustzijn ontwikkelt door achteraf te reflecteren op de reflexmatige handelingen en keuzes die je maakte in een onverwachte, stressvolle situatie. “Als de alarmbellen gaan rinkelen, volgt vaak stress en een reflexmatige handeling die vrijwel nooit de beste oplossing is. Door te onderzoeken wat de oorzaak was waarom je op een bepaalde manier reageerde, en wat toen je reflexen waren, leer je jezelf aan bij de volgende onverwachte verstoring met meer afstand naar het probleem te kijken en rustig te blijven. Zo kun je alternatieve reacties overwegen.”

Het belang van reflecteren

Wagenaar onderstreept hoe belangrijk reflecteren is, omdat het juist op organisatieniveau zo’n grote rol speelt in succesvol ondernemerschap. "In ons hoofd zit een manager en een filosoof.

De manager haat vragen, de filosoof is er gek op. De manager wil alle vragen het liefst meteen oplossen en verder gaan. De filosoof wil zogenaamde ‘zwangere’ vragen stellen waar een idee uit geboren kan worden. Ze zijn niet bedoeld om te beantwoorden, maar om een gesprek op gang te zetten. Verandering en inzicht te bewerkstelligen. Wie zijn we als bedrijf? Waarom doen we wat we doen? De kunst is om de filosoof en de manager beiden de ruimte te geven in je werk. Die corporate reflectie is een belangrijk onderdeel in het bedrijfsleven. Het stelt je in staat om meer te doen dan alleen te bedenken hoe je bepaalde problemen zo snel en efficiënt mogelijk oplost. Het geeft je de mindset om nieuwe, spannende processen en denkwijzen te introduceren binnen een organisatie. Beslissingen die écht impact hebben. En dat vraagt om een manier van denken en reflecteren die we tijdens de studie aanmoedigen. Alleen zo kan je als professional echt belangrijke stappen zetten.”

Menselijk contact blijft onmisbaar

Organisaties hebben de afgelopen jaren flink de vruchten geplukt van digitale innovatie. Er is tegenwoordig veel waardevolle informatie beschikbaar over je klanten in allerlei databases, die je strategisch kunt inzetten. Volgens Wagenaar er is wel een grens: “Door klanten massaal weg te stoppen in databases, groeit het risico dat de echte mens verdwijnt. Er komen geen levende mensen meer uit databases, maar gezichtsloze objecten. Zo worden buyer persona’s geleidelijk karikaturen van zichzelf zonder een menselijk gezicht, waar echte problemen en uitdagingen ontbreken. En dat is problematisch: want als een organisatie haar klanten niet kent, heeft dat invloed op de kwaliteit van het product, klantreis en klantervaring.”

Wagenaars conclusie: hoeveel je ook inzet op innovatie, menselijk contact blijft altijd onmisbaar. “Dat betekent niet dat je het gebruik van slimme chatbots en andere innovatieve tools meteen moet afschrijven. Zie ze juist als een aanvulling in plaats van regelrechte vervanging. Digitalisering kan zeker helpen om minder bevooroordeeld beslissingen te maken als het gaat om ondernemen vanuit customer insights, maar vergeet nooit de mens van vlees en bloed. Zo ontwikkel je een bedrijfsstrategie die is gebaseerd op echte mensen, die beter aansluit op wat er daadwerkelijk leeft in een maatschappij.”

De professional van de toekomst onderzoekt, begrijpt en beïnvloedt

Volgens organisatie-adviseur Erwin Hollestelle moet de professional van de toekomst zich richten op drie pijlers: onderzoeken, begrijpen en beïnvloeden. Dat kan alleen door opgedane kennis zo snel mogelijk toe te passen in de praktijk. “Als professional in het bedrijfsleven keek je tot een paar jaar geleden vooral rond binnen het werkterrein van je organisatie. Die tijd is voorbij: inmiddels is de gehele wereld je werkterrein geworden. Je moet weten wat er in de wereld gebeurt, en buiten de grenzen kijken. Think global, act local. Natuurlijk heb je vakinhoudelijke kennis en visie nodig, maar de bedrijfskundige professional van de toekomst ziet zichzelf vooral als een instrument om interactie en samenwerking op te bouwen met anderen. Alleen zo kan je echt impact maken. Ze hebben het vermogen relevante ontwikkelingen tot stand te brengen in organisaties en de samenleving.”

Onderzoek doen binnen je eigen organisatie

“Professionals gaan tijdens de opleiding aan de slag met vraagstukken uit hun eigen werkomgeving, en doen binnen hun organisatie onderzoek dat leidt tot verbetering. Daar heb je meer voor nodig dan een goed idee of onderzoeksinstrumenten en -methodieken. Aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en soft skills is minstens zo belangrijk: zo leer je om die ideeën goed over te brengen, de juiste mensen erbij te betrekken, een draagvlak te creëren en je plannen te verkopen aan de mensen die beslissingen maken. Dat kunnen alleen professionals die de wereld begrijpen, hun eigen rol daarin pakken, en weten wat ze moeten doen om impact te maken. Onderzoeken, begrijpen en beïnvloeden: dat zijn volgens mij dé drie belangrijkste pijlers voor de professional van de toekomst.”

Jij wilt die impact maken?

Wil je leidinggeven aan verandering binnen je organisatie en impact maken in een snel veranderende wereld? Ontdek de nieuwe master Bedrijfskunde tijdens de gratis proeverij. Tijdens een interactieve livesessie volg je een proefcollege, kun je vragen stellen aan een studiebegeleider en ontdek je welke mastermodules je interessant vindt. Wat dacht je bijvoorbeeld van Leidinggeven aan verandering, Digitale innovatie, Risicomanagement in verandering of Maatschappelijk ondernemen in ecosystemen?

Gerelateerde artikelen